Publicaties

Wagenaar Lawyers
grafiek

Renteopslag verhoging euribor lening in strijd met zorgplicht

Inleiding

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 14 maart 2018 (ECLI:NL:RBZWB:2018:1603) bevestigd dat de verhogingen van de renteopslag onder een euribor lening in strijd waren met de op de bank rustende zorgplicht. De bank had een ondernemer meerdere euribor leningen verstrekt inzake de financiering van onroerend goed. De bank heeft vervolgens de renteopslag tot tweemaal toe verhoogd. Als rechtvaardiging voor deze eenzijdige opslag verhogingen noemde de bank de verslechterde loan-to-value (LTV) en een gewijzigd beleid ten aanzien van de vastgoed sector.

Wettelijk – contractueel kader

Op basis van de toepasselijke algemene bepalingen voor leningen van de bank was de bank bevoegd om de renteopslag eenzijdig te verhogen. Een dergelijke bepaling is vrijwel standaard in de algemene bepalingen van alle banken inzake euribor en/of variabele financieringen.

Echter, artikel 2 van de algemene bankvoorwaarden bevat de zorgplicht van de bank en bepaalt: “De bank neemt bij haar dienstverlening de nodige zorgvuldigheid in acht en houdt daarbij naar beste vermogen rekening met de belangen van de cliënt.”

Daarnaast bepaalt dit artikel 2 dat geen van de algemene of bijzondere bepalingen afbreuk kunnen doen aan dit beginsel. Met andere woorden, de zorgplicht geldt voor alle omstandigheden en overige contractuele bepalingen tussen de bank en haar cliënt.

Oordeel rechtbank

De rechtbank benoemt ten eerste dat het relevante artikel inzake de verhoging renteopslag de bank een zeer ruime bevoegdheid geeft en dat deze bevoegdheid wordt begrensd door de zorgplicht. In geval van een eenzijdige renteopslag verhoging zal de bank ten minste het volgende moeten doen:

(1) informatie inwinnen over de financiële toestand van de cliënt en/of zijn onderneming,

(2) inclusief recente taxatierapporten, en

(3) eventuele bijzonderheden met betrekking tot cliënt nader te onderzoeken en/of te betrekken.

Op de cliënt rust een contractuele verplichting om dergelijke informatie aan de bank te verstrekken.

Daarnaast dient de bank gegevens die uit regelgeving voor de banken of uit bancair beleid voortvloeien te verzamelen, nu bij de beoordeling van het opslagpercentage niet alleen de belangen van de cliënt, maar ook de belangen van de bank een rol mogen spelen. Vervolgens dient de bank op basis van al deze informatie te beoordelen welk opslagpercentage voor de desbetreffende cliënt aan de orde is. De uitkomst dient zij, voorzien van een inzichtelijke motivering, bij voorkeur met de cliënt te bespreken en anders schriftelijk aan de cliënt kenbaar maken.

De bank voerde aan de LTV van de cliënt was verslechterd. Daarnaast had de bank inmiddels een gewijzigd beleid ten aanzien van de vastgoedmarkt. De rechtbank vond dit onvoldoende en aldus onzorgvuldig jegens de cliënt.

De bank had tevens aangevoerd dat bepaalde inzichten achteraf deze renteopslag verhogingen zouden rechtvaardigen. Ook dit werd door de rechtbank in strijd met de zorgplicht geacht.

Conclusie

Op basis van bovenstaande werden de eenzijdig door de bank doorgevoerde renteopslag verhogingen aldus ongedaan gemaakt en was de bank aansprakelijk voor de schade en (proces)kosten die daaruit voortvloeiden.

Leningen met een variabel euribor tarief waarbij de bank eenzijdig de renteopslag heeft verhoogd dienen aldus beoordeeld te worden in het licht van bovengenoemde uitspraak van de rechtbank. Indien de bank daarbij in strijd met de zorgplicht heeft gehandeld, kan deze renteopslag verhoging ongedaan worden gemaakt.