Publicaties

Wagenaar Lawyers

Hoge Raad: betalingen onder renteswap niet aftrekbaar

Inleiding

Eindelijk heeft de Hoge Raad duidelijkheid gegeven inzake de aftrekbaarheid van betalingen onder een renteswap voor de eigenwoningschuld. Onder een normale hypothecaire lening voor de eigen woning is de rente aftrekbaar voor de inkomstenbelasting. De Hoge Raad oordeelde in haar arrest van 14 juli 2017 (ECLI:NL:HR:2017:1327) dat dit voor betalingen onder een renteswap uitdrukkelijk niet het geval is.

Net zoals het gerechtshof acht de Hoge Raad wel dat er voldoende samenhang bestaat tussen de hypothecaire geldlening en de renteswap en dat deze beide in het kader van de financiering va de eigen woning zijn aangegaan.

Echter, op grond van fiscale wetgeving en eerdere jurisprudentie is het voor aftrekbaarheid van belang dat de relevante betalingen kwalificeren als “vergoeding voor het gedurende de looptijd van de geldlening ter beschikking stellen van een hoofdsom.”

Fiscale conclusie

De Hoge Raad oordeelde dat betalingen onder een renteswap niet als zodanig kwalificeren en derhalve niet aan te merken zijn als rente van geldleningen. Derhalve zijn betalingen onder een renteswap niet aftrekbaar.

Deze conclusie acht ik juist omdat de renteswap, ook al hangt deze nauw samen met de (hypothecaire) geldlening, kwalificeert als een zelfstandig financieel product.

Civiele consequenties – zorgplicht

Het arrest van de Hoge Raad is gewezen in een belastingzaak. Relevant is de vraag hoe dit arrest zal doorwerken in civiele procedures, waarbij met name de zorglicht van de banken centraal staat met betrekking tot renteswaps.

Voor het aangaan van een eigen woning financiering is het element van renteaftrek cruciaal. Derhalve kan op basis van dit arrest van de Hoge Raad tevens worden geconcludeerd dat renteswaps voor particulieren in verband met de financiering van de eigen woning (in beginsel) niet geschikt zijn.
In dat geval acht ik de conclusie gerechtvaardigd dat een dergelijk advies van de bank om een renteswap af te sluiten tevens schending van haar zorgplicht jegens de klant oplevert, waardoor de bank aansprakelijk is voor de schade als gevolg daarvan.

Op basis van de toepasselijke wet- en regelgeving kwalificeert een particulier (in beginsel) als “Niet-Professionele” partij. Hetzelfde is over het algemeen van toepassing op MKB ondernemers. Een parallel tussen dergelijke “Niet-Professionele” partijen acht ik dan ook aanwezig.

De banken nemen thans in onderhandelingen en juridische procedures veelal het standpunt in dat een renteswap eigenlijk niets anders is dan een vaste rente onder een geldlening en trachten zodoende onder een verwijt op grond van schending zorgplicht uit te komen.
Het arrest van de Hoge Raad lijkt ook dit standpunt van de banken te ontkrachten. Immers, de Hoge Raad oordeelde uitdrukkelijk dat betalingen onder een renteswap niet kwalificeren als rente (vergoeding hoofdsom lening).

Daarnaast zijn ten opzichte van een lening met een vaste rente nog vele andere verschillende kenmerken verbonden een renteswap, zoals bijvoorbeeld: (1) lange looptijd (meestal 10 jaar), (2) verhandelbaar (speculatief) product, (3) dekking/margin verplichtingen, (4) overhedge problematiek, (5) beperkingen inzake (vervroegde en/of boetevrije) aflossingen, (6) risico’s bij forward afsluiten, (7) hoge afsluitkosten/provisies, (8) wettelijke verplichtingen (Wft), waaronder bijvoorbeeld op het opstellen van een cliënt profiel, etc.

Conclusie

Het arrest van de Hoge Raad maakt duidelijk dat betalingen onder renteswaps in verband met de eigenwoningschuld niet aftrekbaar zijn en dat renteswaps derhalve eigenlijk niet geschikt zijn voor hypothecaire leningen voor particulieren, waarbij renteaftrek veelal cruciaal is.

De doorwerking van het arrest voor civiele zaken en procedures is nog onduidelijk, maar lijkt wel positief voor (MKB) ondernemers en de onderbouwing inzake verwijtbaarheid van de banken alsmede schending zorgplicht en derhalve aansprakelijkheid van banken jegens klanten met een renteswap.