Publicaties

Wagenaar Lawyers
trend

Vermogensbeheer

Bancaire zorgplicht  – Vermogensbeheer

In deze column zal ik de bancaire zorgplicht behandelen in relatie tot vermogensbeheer. Bij beleggingen en vermogensbeheer dient een onderscheid te worden gemaakt naar 3 scenario’s.

  1. “execution only”, waarbij de bank slechts orders van de belegger uitvoert,
  2. beleggingsadvies, waarbij de bank de belegger adviseert omtrent zijn beleggingsportefeuille en
  3. vermogensbeheer, de meest verregaande vorm waarbij de belegger zijn vermogen volledig in handen geeft van de bank.

Dit onderscheid is van groot belang met betrekking tot hoever de zorgplicht van de bank jegens de belegger strekt. In het eerste scenario voert de bank slechts orders uit en is de zorgplicht dus beperkt daartoe. In het tweede geval wordt veelal een 50/50 verdeling toegepast in geval van schade als het gevolg van het falen (schending zorgplicht) van de bank. De zorgplicht van de bank is het meest extensief in het geval van vermogensbeheer.

Op de bank rust een bijzondere zorgplicht. Dit vloeit voort uit de omstandigheid dat de bank als professionele dienstverlener op dat terrein bij uitstek deskundig moet worden geacht, terwijl de beleggers meestal als particuliere klanten moeten worden aangemerkt. De zorgplicht strekt ertoe de klant te beschermen tegen de gevaren van eigen lichtvaardigheid of gebrek aan inzicht. De reikwijdte van deze zorgplicht is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waaronder begrepen

  1. de aard en inhoud van de rechtsbetrekking tussen partijen,
  2. de aard en complexiteit van de beleggingsproducten en de daaraan verbonden risico’s,
  3. de aard en omvang van het te beleggen vermogen en
  4. de mate van deskundigheid die aan de zijde van de klant aanwezig is.

Een recent voorbeeld uit de jurisprudentie betreft de casus waarbij een bank pensioengelden van een klant had belegd grotendeels in 1 obligatie uitgegeven door Lehman Brothers. De bank had wel voldaan aan haar verplichting om een risicoprofiel op te maken van de klant. Omdat het om pensioen gelden ging, werd een defensief beleggingsprofiel gehanteerd. De klant had al meer dan tien jaar ervaring met beleggen, echter in de procedure kwam niet vast te staan dat de klant ook ervaring had met dergelijke complexe producten. Toch oordeelde de rechtbank dat de bank haar zorgplicht jegens de klant had geschonden, omdat nagenoeg het hele vermogen werd belegd in 1 product waarbij er risico werd gelopen op 1 debiteur, namelijk Lehman Brothers. Daarnaast werd veel waarde toegekend aan het feit dat het ging om pensioengelden.